Home » Wat we doen » Diaconie » Groene Kerk » Een maandelijkse rubriek van Hroene Pier: De duurzaamheid van dhr. Willem Vreeke

Een maandelijkse rubriek van Hroene Pier: De duurzaamheid van dhr. Willem Vreeke

Gepubliceerd op 27 januari 2020 20:00

Willem is een van de langst zittende volkstuinhuurders anno 2019. Als ik naar de Hof van Heden ga dan wip ik meestal even bij hem langs, want Willem is een gezellig prater. En ik zelf kom altijd vrolijker van m’n klusjes terug als ik even heb meegedaan aan het sociaal-praatjes-maken op de tuinen!

Willem zit in een van z’n stoelen in z’n volkstuin, de eerste vanaf de straat, want hij is inmiddels wat slecht ter been. Voor je het weet heeft hij z’n hele levensverhaal voor je ontvouwt, maar nu vooral vraag ik naar zijn duurzame manier van denken en leven. Voor z’n scheiding jaren geleden woonde hij in een van eerste duurzame huizen van de Torenstraat, maar nu woont hij in Domburg. Waar hij zijn eigen groentes uitdeelt aan bewoners van de ‘sanatoria’ zoals hij ze noemt. Een duurzame, menslievende taak elke week. Omdat ie in Vrouwenpolder voor de bakkerij brood bezorgt aan huis, blijft er meestal wel wat over en dat gaat dan naar een hulpbehoevende buurvrouw. Soms heeft ie ook eieren in de aanbieding om uit te delen. “ Laatst kwam ik door Grijps en zag op een karretje een grote roestige ton liggen” zegt Willem, “en die wilde ik wel  hraag hebben om as te branden voe m’n mest bie de preie en de worteltjes. Daar zitten de nodige stofjes in voor die planten! Dus ik bel aan, maar niemand thuis; dan maar een briefje in de deur. ’s Avonds kom ik nog eens langs en die man vraagt of ik de hele karinhoud wil meenemen, nou dat kan, as ik die tunne mae ebbe…” Willem heeft achter zich al het nodige eikenhout liggen om dat te laten smeulen in die ton, die inmiddels hier staat. “De volgende dag ‘eb ik die man zo’n overgebleven brood gebrocht as dank, mae die man zei dat hij míj moest bedanken voor het opruimen van die kar, dus dat ik gek was…”

Willem spuit, net als de anderen op de volkstuinen, niet op z’n groenten. Dan maar geen Kool, maar hij moet geen gif in z’n grond hebben. Op het paadje dat naar achteren doorloopt liggen versnipperde coniferentakjes. Als ik er naar vraag komt er weer een verhaal: hij schoot iemand aan die z’n heg aan het snoeien was en bood aan het snoeisel te kopen. Maar gratis opruimen bleek al voldoende. Als die man ’s middags klaar zou zijn, dan kon Willen de zakken ophalen. “ …en noe liggen ze ‘ier, eerst lekker zacht onder de voeten, daarna dit voorjaar leg ik ze als laagje over de in te zaaien grond; dan vangen ze de regen op zodat de grond niet dichtslaat. Daarna laat ik Jan Jobse ze onder ploegen as hoeie mest, saemen mee de paerdenmest van hiernaast op de hoek.”

Aan het eind van ons gesprek als ik opsta, snijden we nog even de wereldproblemen en religie aan. Het grote geld en de macht, zegt Willem, dat is ‘m het probleem. Wij zijn maar kleine mensjes, maar we zijn allemaal, ook de groten, afhankelijk van die Ene en hij wijst omhoog. D’r is niks wat groeit of bloeit zonder die Schepper.” Dat is het geheim van het leven, datje ontdekt dat je afhankelijk bent en niet de baas van ’t spul hier op aarde…”  

Was getekend, uw groene diaken.


«