Home » Wie we zijn » Organisatiestructuur » College van Kerkrentmeesters » Nota financieel perspectief Protestantse Gemeente Oostkapelle

Nota financieel perspectief Protestantse Gemeente Oostkapelle

Gepubliceerd op 21 maart 2020 om 14:10

Nota financieel perspectief Protestantse Gemeente Oostkapelle 2020- 2030

 

Al eerder heeft u in het verslag van de kerkenraad kunnen lezen dat diverse ontwikkelingen binnen de pg Oostkapelle ons grote zorgen baren. Dat gaat niet alleen over het teruglopend kerkbezoek, maar ook over de gestage afname van het aantal leden, het oplopen van onze kosten en het afnemen van de vrijwillige bijdragen. We zijn daarom genoodzaakt om ingrijpende beslissingen te nemen. Dat willen we in dit artikel toelichten.

Aan de kerkrentmeesters is al eerder gevraagd om in een perspectieven nota een beeld te schetsen van de ontwikkelingen waar we de komende jaren rekening mee moeten houden: tegen welke problemen we aanlopen en welke oplossingsrichtingen er mogelijk zijn. We zijn hier ook over aangesproken door de CCBB, dat is de commissie binnen de  PKN toezicht houdt op de kerkelijke gemeenten. Ook die commissie heeft het advies gegeven te denken over maatregelen om het begrotingstekort in de toekomst aan te pakken.

Het concept van die notitie is er inmiddels en die is bedoeld als discussie stuk voor de kerkenraad en ook bedoeld om te bespreken tijdens de gemeenteavond in maart 2020.

Er zijn geen acute financiële problemen maar onze gemeente loopt er tegen aan dat wanneer we doorgaan op de weg zoals we dat nu doen, binnen enkele jaren onze liquide middelen (spaargeld) geheel zijn verbruikt. We zullen dus moeten kijken hoe we op onze uitgaven kunnen bezuinigen om de oplopende tekorten te bedwingen. De mogelijkheden om te bezuinigen zijn beperkt en gaan over de personeelslasten en de kosten rond het beheer en onderhoud van onze eigendommen (kerken, pastorie, PKC).

Het beeld van het kerkbezoek is dat het aantal bezoekers hard terug loopt. Hadden we in 2011 nog gemiddeld 300 bezoekers per kerkdienst dat is nu terug gelopen tot gemiddeld 160.

Die ontwikkelingen zien we ook bij de vrijwillige bijdragen. In 2011 ging het om              € 145.000. In 2019 nog € 121.00.  Onze jaarlijkse lasten bedragen € 193.000. Het gevolg is dat we hard interen op ons vermogen

Als we naar de samenstelling van onze gemeente kijken, dan zien we een sterk vergrijzende en krimpende gemeente. Het aantal leden is sinds 2011 afgenomen met bijna 300 leden. Van onze leden is het overgrote deel ouder dan 65 jaar. Een zeer klein deel van de leden tussen de 35 – 40 jaar is belijdend lid van onze gemeente. Een nieuwe instroom van leden is de komende jaren verwachten we niet.  

Het aantal leden van onze gemeente bedraagt ruim 600.  211 leden en doopleden zijn nu (2019) tussen 75 en 100 jaar oud. Daarvan is 90% belijdend lid.140 leden en doopleden zijn nu (2019) tussen de 65 en 75 jaar oud Daarvan is ca 75% belijdend lid. In de leeftijdsgroep tussen 35 tot 45 zijn slechts enkele belijdende leden.

 

Hoe kunnen we onze kosten beteugelen? Een groot deel van onze kosten bestaat uit personeelslasten voor predikant en koster. Opties om hier op heel korte termijn verandering in te brengen zijn er niet. Die is pas mogelijk op moment van emeritaat en pensionering.

Over het gebouwen beheer het volgende. Om tot goede keuzes in het al dan niet sluiten van kerkelijke gebouwen te komen, is het nodig om de behoefte aan ruimte in deze gebouwen in relatie tot de afname van ledental, kerkbezoek en verdere kerkelijke activiteiten te bezien.

Keuzes zullen altijd pijnlijk zijn en met emoties gepaard gaan.

Deze emoties zijn zeer begrijpelijk en legitiem. De keuze moet echter zo rationeel mogelijk gemaakt worden om uiteindelijk een bij de reële behoefte  passend bestand van kerkelijke gebouwen in stand te houden. Daarbij moeten de te verwachten kosten en beschikbare financiële middelen worden meegenomen in de besluitvorming.

Om te kunnen komen tot een voldoende reductie van de kosten van het beheer van het onroerend goed zullen er waarschijnlijk gebouwen moeten worden gesloten. De verkoop ervan geeft een verbetering van de liquide middelen en een afname van vaste en variabele kosten gebouw. De keuze welke gebouwen in gebruik moeten blijven en welke gebouwen gesloten moeten worden zal pijnlijk zijn en emoties oproepen. Het is belangrijk om uiteindelijk een goede keuze te maken met het oog op een goede en voldoende functionaliteit voor de toekomst in het besef dat we te maken hebben met een krimpende en vergrijzende gemeente. Anderzijds is het van belang om de juiste keuzes te maken om voldoende en verantwoorde opbrengst te realiseren.

 

Advies aan de kerkenraad

De steeds verder oplopende personeelskosten zijn een belangrijke oorzaak van het tekort op de begroting. Daarnaast lopen de opbrengsten uit de bijdragen van de leden terug, voornamelijk ten gevolge van overlijden. Op de langere termijn is het noodzakelijk deze kosten weer in evenwicht te brengen met de baten. Bij een kleiner aantal leden past een geringere personeelsformatie.

Het advies is om tijdig in gesprek te gaan met naburige gemeenten (al dan niet binnen het cluster) over samenwerking rondom invulling van vacatures voor predikanten. Verder kan de formatie voor de koster worden ingeperkt wanneer er minder gebouwen zijn.

Ten aanzien van het al dan niet sluiten en verkopen van onroerend goed is het buitengewoon lastig in te schatten wat de opbrengst zal zijn. Dat is grotendeels afhankelijk van de mogelijkheden voor herbestemming. Deze mogelijkheden zijn in alle gevallen afhankelijk van het planologisch beleid van de gemeente Veere. Ook evt. nieuwbouw of verbouwing is afhankelijk van het beleid van de burgerlijke gemeente. Zonder enig inzicht hierin zijn goede inschattingen onmogelijk.

  1. Het advies aan de kerkenraad is om eerst de kerkelijke gemeente mee te nemen in het doordringen van de noodzaak van verandering gelet op de financiële ontwikkelingen.
  2. Tegelijkertijd moeten we in gesprek komen met de burgerlijke gemeente over de mogelijkheden die er voor ons liggen in de planologische ontwikkeling.
  3. Vervolgens kunnen we, in samenspraak met kerkenraad en gemeenteleden, beter gefundeerd voorstellen doen in het proces van reductie van onroerend goed terwijl er voldoende en adequate oplossingen geboden worden voor de behoeften van de PGO voor de activiteiten van de kerkelijke gemeente. De kerkenraad zal daarbij de uiteindelijke beslissing moeten nemen.
  4. Het advies is ook om in gesprek te gaan met de clusters over mogelijkheden van verdere vormen van samenwerking.

(Dit is een samenvatting van de perspectieven nota. De volledige tekst van de nota is op te vragen via de scriba: info@pgoostkapelle.nl of 0118 582119)


«   »